Personal Assistant

/, Brussel, Nederland, Nieuws, Parkinson/Personal Assistant

Personal Assistant

De dag begon onrustig. Voor het eerst sinds lange tijd moest ik de wekker zetten. Ik had 06:45 ingetoetst. Daardoor werd ik om 5:00 uur wakker, want stel je voor dat ik nog zou slapen als de wekker ging. Gelukkig ben ik van nature een ontspannen mens. Er stonden twee belangrijke afspraken in de agenda, beide in Nederland. ‘s Ochtends werd ik verwacht bij de afdeling Revalidatie van het Radboudziekenhuis in Nijmegen en ‘s middags zou ik deelnemen aan een  vergadering in Den Haag. Daarvoor moest Boni nog naar de nieuwe, Noorse (of Deense?) dogsitster gebracht. Van de medische consult hing veel af. Ik lijd al enkele weken aan dystonie, een pijnlijke verkramping in mijn rechtervoet. Die pijn is hevig en duurt soms hele dagen. In het kort, als men mij na afloop van zo’n dag een amputatie aanbieden, zou ik onmiddelijk Ja zeggen. Bovendien was dit de tweede poging om de dokter te ontmoeten omdat ik de eerste keer zelf wilde rijden, maar te slecht ter been was om, onder meer, het gaspedaal te bevoeten. Gas geven zou zeker gelukt zijn, gas loslaten kon lastiger worden. En dat kan een behoorlijke rotzooi opleveren. Daarom had ik niets aan het toeval overgelaten. Chauffeur besteld die om 07:40 voor de deur zou staan, oppas voor Boni geregeld in het park waar een blonde dame met Labrador zich spontaan aanbood (aan mijn hond), de avond van tevoren Boni’s spullen alvast ingepakt, net als mijn papieren. Dat doet ze anders nooit.. Zelfs op drie navigatie-apps de reistijd bestudeerd evenals het weerbericht en de verkeersinformatie. Er mocht en er zou dit keer niks mis lopen.

Normaliter betekent om 5 uur opstaan (of me in fases uit mijn bed takelen) een dag die ik bij voorbaat kan afschrijven. Boni is evenmin matineus; de missie Dagje Nederland diende dus op adrenaline en militaire wijze aangepakt: verstand op nul en geen pauzes, Anders hadden we voor achten weer in de mand gelegen. Net toen de chauffeur zich meldde, was ik klaar. Dat was uitzonderlijk. Boni was opeens klaarwakker; iedere verandering zoals in een auto stappen of uit logeren gaan, leidt tot grote nervositeit. Soms met een natte achterbank tot gevolg. Gelukkig was het huis van de Scandinavische vlug gevonden en was ook zij reeds aangekleed. Boni verkende de  stek-voor-een-dag met zijn bekende intensiteit en ook het afscheid, voor ik naar de dubbelgeparkeerde Audi hinkelde, ging niet ongemerkt voorbij. Met name aan de buren of een enkel meubelstuk. Maar dit kon mij niet van het Doel van de Dag afhouden: tijdig het UMC in Nijmegen bereiken. Het was dit of mijn voet eraf. Gelukkig ben ik goed in relativeren en heeft stress weinig vat op mij. Dus begon ik Alexi (de chauffeur) uit te schelden omdat hij het adres niet in zijn Gps had opgeslagen en meer aandacht had voor zijn vrouw die steeds dan voor mijn Missie. Vond ik.

Brussel Uit is altijd lastig. Zeker tijdens spitsuren en als het regent. Belgen hebben de neiging om bij het minste buitje massaal op de rem te trappen. Alsof ze overvallen worden door dit meteorologische mirakel, terwijl het er feiteliik elke dag plenst. De Gps gaf een eindtijd aan die vier minuten onder het moment van mijn afspraak lag. Dat werd krap en op koffie drinken, plassen, verkeerde afslagen nemen, kwam de doodstraf te staan. Met soortgelijke bewoording bracht ik dit ook over aan Alexi, die inmiddels de telefoon niet meer opnam toen zijn echtgenote voor de zesde keer belde. Bij Zaventem stond het muurvast maar daar ging hij als immer pragmatisch mee om. Of  omheen, beter gezegd. Op de snelweg naar Antwerpen recupereerden we, dankzij zijn rechtervoet, acht volle minuten. Dat betekende twaalf minuten speelruimte: de sfeer werd bijna gezellig; de eerste grapjes zongen door de wagen. Totdat we op de Antwerpse Ring kwamen: een muur van stilstaand verkeer en een Gps die niet kon kiezen tussen Eindhoven of Breda. Licht transpirerend keek Alexi achterom. Ik deed alsof ik aan het bellen was, ondertussen stiekem naar de Gps loerend. De nieuwe tussenstand was: negen minuten te laat. De sfeer sloeg om en ik nam nog een dopaminepil. Het werd Breda, godzijdank, want bij Tilburg hoorden we op de radio hoe lang de files bij Eindhoven waren. Ik voelde aan mijn voet. De pijn was in volle glorie terug, wat ik als positief beschouwde omdat de artsen mij zo op mijn slechtst konden inspecteren. Het lange stuk 80km-weg voor Den Bosch deed de hartslag nog verder omhoog jagen, maar daarna was het vrij baan, richting de rode universiteitsstad. We zakten langzaam terug naar de gewenste ETA en exact drie minuten voor mijn afspraak viel ik uit de auto en waggelde ik verstijfd de Polikliniek van het Radboud binnen. Nu voelde ik echt hoe moe ik was.

Na een verre van vlekkeloze check-in (Revalidatie bleek toch een geheel andere afdeling dan Neurologie), kwam eindelijk, na een kwartier, een vrolijke, gebruinde man in witte jas de gang in lopen die  ‘mijnheer Russchen!’ brulde. Ik schrok wakker na kort ingedoezeld te zijn, en strompelde achter hem aan. Ik kon hem niet bijhouden, zo snel liep hij naar zijn kamer, maar dat bleek bewust te zijn; ‘dan kon hij mij zien aanlopen’. Hij stelde zich voor als ‘Pieterse, PA’. Ik heb heel wat PA’s ontmoet in mijn leven, sterker nog, ik ben er zelf een geweest. Daardoor ging ik ervan uit dat deze rechterhand van de dokter een intake-gesprek met mij ging doen voordat de grote baas zou binnenlopen. Dit gebeurt wel vaker. In mijn hoofd stond vast: ik ging vandaag dit ziekenhuis niet verlaten totdat iemand mijn voet had ‘gerepareeerd’. “Gaat u zitten, meneer Russchen’, zei de assistent met een brede glimlach en zwaaide naar het bureau waar drie gekleurde stoelen stonden. Ik deed mijn jas uit en ging op de blauwe bureaustoel zitten, die een stukje hoger was dan de andere twee (oranje en rood) aan de andere kant van de tafel. Behalve dat ik politiek gezien ook een ‘blauwe’ ben, leek mij die verlengde zetel, zeker in mijn conditie, de meest comfortabele. “Bent u ooit leidinggevende geweest?” vroeg de man van – naar ik schatte – Antilliaanse of Surinaamse afkomst. “Dat klopt, mijnheer Pieterse”, zei ik iets te gretig, altijd blij als ik over mezelf kan praten. “Ziet u dat aan mij?”, kavelde ik nietsvermoedend verder, “of komt mijn fysieke klacht vaak voor bij leidinggevenden?” “Dat weet ik niet”, sprak de man, nu iets kordater, “maar u zit op mijn stoel. Patiënten zitten doorgaans aan de andere kant”. Met een vuurrood hoofd stond ik op en ging onhandig op de niet minder rode bezoekersstoel zitten. “Excuseert u mij”, mompelde ik. “Zeker een automatisme”, probeerde ik mijn blunder weg te lachen totdat ik zijn zilveren naamplaatje las. Daar stond op: ‘Dr. J.J. Pieterse, Physical Arts (PA)’. Even flitste het idee van een amputatie weer door mijn hoofd, maar dan van mijn hersens of  mijn tong..

2018-11-14T21:08:34+01:00février 1st, 2018|Boni, Brussel, Nederland, Nieuws, Parkinson|