Het gaat niet goed, mijn zo geliefde Tunis
Fluwelen Revolutie, Ruw en rauw geraspt,
Gastvrij, warmhartig, vrijer dan de buren
De liefde, gul gegund, plots bruut bestraft.
Blijven geven, terwijl je zelf al weinig hebt
Het is maar weinigen gegeven. De tranen:
Beproeving, lijden, verkoren – waarom wij?
Rode vlag, bol bloed. Gedrenkt. Geknakt.
Van Tunis tot Nabeul, in Sfax en Monastir
Zij mogen dit nooit winnen want van binnen
Waardig, zachtaardig, bloemt de moed, hoop:
We vechten samen, oh allerprachtig Cartagho.